theme logo

Architect Chris Zwiers aan het woord

Als er één partij al lang bij de ontwikkeling van De Binnenhaven betrokken is, dan is het OZ architecten. Al in 2002 droeg het internationale architectenbureau bij aan de planvorming van het voormalige ziekenhuisterrein in IJmuiden. Nu, ruim 15 jaar later, geeft OZ vorm aan de 50 eengezinswoningen van de laatste fase van De Binnenhaven.

“De eerste fase is inmiddels gerealiseerd en omvat 131 eengezinswoningen en 68 appartementen”, vertelt architect Chris Zwiers van OZ. “De tweede fase zou in eerste instantie uit zo’n 300 zorgeenheden bestaan. Later is dit gewijzigd naar het huidige programma met 50 grondgebonden woningen.” Gedurende de planvorming richtte OZ het terrein in met een deels permanent en deels tijdelijk park. Het tijdelijke gedeelte maakt plaats voor een zorgcomplex.

Informele architectuurstijl

De grondgebonden woningen sluiten mooi aan op de laagbouw van het nabijgelegen, door Dudok ontworpen centrum van IJmuiden. Hun ontwerp is afgestemd op de informele IJmuidense architectuurstijl, die ook kenmerkend is voor de eerder gerealiseerde woningen in De Binnenhaven. Zwiers: “De woningen van fase 1 aan de Zeewegzijde, ontworpen door M3H Architecten, zijn bijvoorbeeld voorzien van houten kaders. Bovendien kunnen de verschillende woningtypen naar keuze uitgebreid worden met uitbouwen, dakkapellen, erkers en balkons. De overige woningen zijn ontworpen door Faro Architecten en sluiten architectonisch aan op de woningen van het ‘rode dorp’, dat aan de voorzijde van het plan grenst. Kenmerkend voor deze woningen zijn de rode gevels met witte erkers.”

Verbindende schakel

De woningen van fase 2 vormen een carré, rondom een fraai binnenterrein met onder meer de achtertuinen en parkeergelegenheid. Aan de noord-, zuid- en westzijde komen eveneens parkeerplaatsen. De oostzijde biedt uitzicht op een parkje aan de Zeeweg. “Ons ontwerp zit tussen de twee architectuurstijlen van fase 1 in”, vertelt Zwiers. “Het vormt daarmee de verbindende schakel die eenheid creëert in het totale plan.” De 50 eengezinswoningen bevinden zich in een homogeen gebied, dat bij de randen is bepaald door de informaliteit van de omgeving. De woningen hebben een menselijke maat en zijn gericht op contact, met onder andere grote, uitnodigende voordeuren. Bankjes onder het keukenraam stimuleren ontmoeting en zijn volgens Zwiers vooral erg leuk aan de parkzijde: “Ik zie al helemaal voor me hoe de kinderen in het park spelen, terwijl de ouders vanaf het bankje toekijken.”

Levendig gevelbeeld

Het woonblok omvat veel naast elkaar gelegen woningen, waarbij de kopgevels worden behandeld als voorgevels. Om het gevelbeeld levendig te houden en de woningen een individueel karakter te geven, worden drie kleuren metselwerk afgewisseld: donkerrood, donkerbruin en bruin. Elke verdieping is voorzien van een metselwerk kader, met daarin glas en aluminium voorzien van een houtlaag in een aantal kleurnuances. De invulling van die kaders is flexibel aan te passen op de wensen van de bewoner. Het aantal slaapkamers op de verdieping is bijvoorbeeld bepalend voor de raamverdeling in het kader. Zwiers: “Ondanks het informele karakter van de woningen laten we niet alles aan de bewoner over. Zo zijn de erfafscheidingen en de tuinmuren, die fraai overvloeien in de bergingen, mee-ontworpen in de architectuur.”

Veel keuzevrijheid

De woningen hebben een gebruiksoppervlakte van circa 125 tot circa 140 vierkante meter, verdeeld over twee tot twee-en-een-half  tot drie woonlagen. Elke woonlaag biedt veel keuzevrijheid. Zwiers licht toe: “Op de begane grond kunnen bewoners kiezen voor een uitbouw aan de achterzijde. Op de eerste verdieping kan de badkamer in het midden of aan de gevelzijde geplaatst worden. Een andere mogelijkheid is om de badkamer te vergroten; op de verdieping bevinden zich dan twee in plaats van drie slaapkamers. Op de zolderverdieping kan bovendien nog een extra slaapkamer gerealiseerd worden.” Zwiers hoopt dat de toekomstige bewoners van hun keuzevrijheid gebruikmaken, want, zo besluit hij: “Op die manier etaleren de woningen hoe mensen leven. Dat vind ik een fijne gedachte.”